Boek
Nederlands

813. 1, Het dubbelleven van Arsène Lupin

Maurice Leblanc (auteur), Kris Lauwerys (vertaler), Isabelle Schoepen (vertaler)
Gentleman- inbreker Lupin, die zowel misdaden pleegt als oplost, wordt betrokken bij de moord op een diamantkoning die voor een mysterieuze onderneming in Parijs verblijft.
Titel
813. 1, Het dubbelleven van Arsène Lupin
Auteur
Maurice Leblanc
Vertaler
Kris Lauwerys Isabelle Schoepen
Uniforme titel
813 : la double vie d'Arsène Lupin
Taal
Nederlands
Oorspr. taal
Frans
Oorspr. titel
813 : la double vie d'Arsène Lupin
Uitgever
Zaandam: Uitgeverij Oevers, 2021
225 p.
ISBN
9789492068637 (paperback)

Besprekingen

Arsène Lupin is een gentleman- inbreker uit de eerste helft van de twintigste eeuw. In zekere zin is hij de Franse tegenhanger van de Engelse Sherlock Holmes, hoewel deze alleen misdaden oplost, terwijl Lupin ze ook pleegt. Rudolf Kesselbach is een rijke Zuid-Afrikaanse diamantkoning die naar Parijs komt voor een mysterieuze onderneming. Hij en een paar medewerkers worden vermoord. Lupin dreigt hiervan de schuld te krijgen. Leonardus, hoofd van de Sûreté, leidt het onderzoek. Lupin, die ook onder de naam van de Russische prins Sernine optreedt, doet speurwerk. De strijd gaat vooral tegen de mysterieuze baron Altenheim die ook onder andere namen opereert. Belangrijk is ook het nummer 813, dat steeds opduikt. Na een felle strijd, wacht de lezer een nog, misschien wat ongeloofwaardige, verrassing. Hoewel het verhaal enigszins gedateerd is, kan het door zijn charme en humor wellicht ook nog de moderne lezers boeien.

Over Maurice Leblanc

Maurice Leblanc (Rouen, 11 december 1864 - Perpignan, 6 november 1941) was een Frans schrijver.

Leblanc debuteerde als schrijver in 1890. Leblanc creëerde met het personage van Arsène Lupin wat soms de Franse Sherlock Holmes wordt genoemd, hoewel Lupin duidelijk misdaden pleegt en Holmes ze oplost. Het personage van Arsène Lupin dat in 17 van zijn politieromans voorkomt, naast in 29 novelles en 5 toneelstukken, alle geschreven tussen 1905 en 1941, wordt geacht gebaseerd te zijn op de Franse meester-inbreker Marius Jacob.

Op 17 januari 1908 werd hij benoemd tot Ridder in het Legioen van Eer. Na zijn overlijden werd hij van Perpignan terug naar Parijs gebracht en begraven in het Cimetière du Montparnasse.

Suggesties